Studenten en hun criminaliteitsprofijt

Bierglazen stelen, verkeersborden meenemen, pijnboompitten ‘vergeten’ af te rekenen bij de Albert Heijn of een goedkoper broodje aanslaan bij de Spar – menig student zal zich herkennen in het geschetste beeld. Recentelijk plaatste Vice een artikel waarin een aantal studenten toegaven winkeldiefstallen te plegen. De winst bij hen? Soms wel rond tweehonderd euro per maand. Wat is de meest voorkomende criminaliteit onder studenten? En waarom lijkt dit fenomeen steeds normaler te worden?

Door: Vonne van der Duijn Schouten

Jaarlijks worden er zo’n tienduizend verkeersborden gestolen in Nederland, waarvan de meeste verdwijnen in studentensteden (Editie NL, 2021). Criminaliteit onder studenten is een fenomeen dat steeds normaler lijkt te worden. Het is moeilijk om concrete cijfers te geven, aangezien studenten niet altijd openlijk durven toe te geven dat ze criminaliteit plegen. Daarnaast zijn politiecijfers onvolledig wegens een laag oplossingspercentage en een lage aangiftebereidheid. Er is dus sprake van een hoog dark number. De term ‘dark number’ of ‘dark figure’ werd voor het eerst gebruikt door de Belgische wiskundige en socioloog Adolphe Quetelet in 1832. De term refereert naar criminaliteit die niet gemeld of geregistreerd is bij handhavingsinstanties (Aljumily, 2017). Er zijn verschillende redenen voor de aanwezigheid van het dark number. Zo kan er bijvoorbeeld schaamte bij het slachtoffer of bij de dader zijn, waardoor geen aangifte wordt gedaan. Vaak is er onderbemanning bij de politie, waardoor niet alle meldingen uitvoerig worden onderzocht – denk hierbij bijvoorbeeld het bekijken van camerabeelden wanneer verkeersborden gestolen worden. Dit is voor de politie niet altijd een prioriteit.

Waarom?

Het plegen van criminaliteit lijkt voor sommige studenten een manier om de prestatiedruk vanuit school ontvluchten. Daarnaast kan criminaliteit een manier zijn om tegen de status quo te protesteren. In tegenstelling met andere leeftijdsgroepen, die criminaliteit vaak zien als een manier om geld te verdienen. Voorts lijken studenten hun school of werk niet als een optie te zien om geld te verdienen. In plaats daarvan kiezen ze ervoor om hun inkomsten aan te vullen met criminaliteit, omdat de kans op betrapping lager is dan bij een reguliere baan. Door de hoge kosten van het levensonderhoud, zoals huur, boeken en kleding, is het voor sommige studenten een makkelijke manier om geld bij te verdienen. Dit kan verklaren waarom criminaliteit onder studenten steeds normaler lijkt te worden.

Toch staan er hoge straffen op ‘studentendelicten’. Zo kan eenieder een strafblad krijgen bij stelen van verkeersborden of het nalaten af te rekenen in een supermarkt. Dit overkwam Peter*. Toen hij 19 jaar oud was, gooide hij een fles wijn op straat kapot om indruk te maken op zijn vrienden. Het liep niet af zoals hij hoopte toen er een politie-auto de hoek om reed. “Ik vertelde de agenten dat er per ongeluk rode wijn op mijn blouse terecht kwam en dat ik uit een reflex handelde door de fles los te laten. Ik zei dat ik het zelf op zou ruimen, maar het mocht niet baten. Momenteel heb ik hierdoor een aantekening op mijn justitiële documentatie staan.” Een ‘uitreksel justitiële documentatie’ is de officiële benaming voor een strafblad (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2022). Veel studenten zoals Peter staan niet stil bij de consequenties van hun gedrag, zeker niet wanneer ze onder invloed zijn van verdovende middelen.  

Plezier bij het plegen

Peter besloot in een opwelling de fles te gooien, in het bijzijn van zijn vrienden. Hij vond het grappig, en dacht dat zijn vrienden destijds er op dezelfde manier over zouden denken. De houding van Peter tijdens het gooien van de fles komt overeen met de criminologische theorie van Mike Presdee: ‘carnival of crime’. De theorie gaat ervan uit dat criminaliteit een sociale activiteit is die een grote hoeveelheid energie en plezier genereert (Presdee, 2003). Tijdens een carnaval zijn irrationele gedragingen tijdelijk gelegitimeerd. Het breken van regels is een manier om routine van alledag te doorbreken. Veel gedragingen die normaal zouden worden gezien als criminaliteit, worden in deze ‘carnaval of crime’ ineens getolereerd.
De theorie kan teruggezien worden bij studenten door de manier waarop ze soms activiteiten ondernemen die niet altijd binnen de regels vallen, zoals het organiseren van feesten met alcohol of het stelen van boeken uit de bibliotheek. Hoewel deze activiteiten niet altijd illegaal zijn, kan het een vorm van criminaliteit zijn die wordt uitgevoerd voor plezier. De gedragingen worden genormaliseerd wanneer ze vaker voorkomen. Hierbij is vaak de adrenaline-kick hetgeen dat motiveert. 

Age-crime curve

Welke vorm van criminaliteit het meest voorkomt onder studenten, is tot dusver niet onderzocht. Wel is bekend dat de meeste criminaliteit gepleegd wordt door jongeren tussen de 13 en 20 jaar oud (CBS, 2020). De laatste cijfers hierover werden bekendgemaakt door het CBS in 2019. In de onderstaande grafiek is het aantal geregistreerde verdachten in percentages verdeeld tussen mannen en vrouwen te zien.

De hoge piek in de bovenstaande figuur heet ook wel de age-crime curve. De age-crime curve is een theorie ontwikkeld door Moffit, die stelt dat crimineel gedrag, gemiddeld genomen, begint in de pre-adolescentiefase, waarna het snel toeneemt, piekt rond het zeventiende levensjaar, en daarna weer afneemt (“Moffitt, Terrie E.: A Developmental Model of Life-Course-Persistent Offending,” 2010). Studenten vallen gemiddeld gezien in de leeftijdscategorie achttien tot vierentwintig jaar. Dit is iets boven de piek van zeventien, maar heeft nog steeds een hoog percentage geregistreerde verdachten. De afgelopen jaren is er een daling te zien in de criminaliteitscijfers onder jongeren (Cijfers over delinquentie | Nederlands Jeugdinstituut, 2022). De zogehete ‘crime drop’ is een belangrijk criminologisch fenomeen waar geen vaste verklaring voor gevonden is (Farrell et al., 2014). De meest voorkomende theorie is de opkomst van betere technologie, waardoor er beter beveiligd kan worden, en de opkomst sociale media, waardoor jongeren hun tijd anders indelen. 

* De naam van Peter is in dit artikel gefingeerd wegens privacyredenen. De echte naam van Peter is bij de redactie bekend. 

Aljumily, R. (2017). Quantitative Criminology: Bayesian Statistics for Measuring the “Dark Figure” of Crime. SSRN Electronic Journalhttps://doi.org/10.2139/ssrn.2999280 

CBS. (2020, 30 november). Criminaliteit – Jaarrapport Landelijke Jeugdmonitor 2020. Criminaliteit – Jaarrapport Landelijke Jeugdmonitor 2020 | CBS. https://longreads.cbs.nl/jeugdmonitor-2020/criminaliteit/ 

Cijfers over delinquentie | Nederlands Jeugdinstituut. (2022, 27 mei). https://www.nji.nl/cijfers/delinquentie 

Editie NL, via RTL Nieuws. Inleverpunt voor gestolen verkeersborden: “De schade is 300 euro per bord”. (2021, 1 juni). https://www.rtlnieuws.nl/editienl/artikel/5234123/inleveractie-voor-gestolen-verkeersborden-door-studenten-dronten 

Farrell, G., Tilley, N., & Tseloni, A. (2014). Why the Crime Drop? Crime and Justice, 43(1), 421–490. https://doi.org/10.1086/678081 

Ministerie van Justitie en Veiligheid. (2022, 9 juni). Strafblad. Justitiële Informatiedienst. https://www.justid.nl/onderwerpen/strafblad-en-het-justitieel-documentatie-systeem 

Moffitt, Terrie E.: A Developmental Model of Life-Course-Persistent Offending. (2010). Encyclopedia of Criminological Theoryhttps://doi.org/10.4135/9781412959193.n180 

Presdee, M. (2003). Cultural Criminology and the Carnival of Crime. Taylor & Francis.