Ik voel het aan mijn water

De dreiging van piraten is zeker in Europese wateren de laatste eeuwen flink afgenomen en met grote namen als Blackbeard en Captain Morgan hebben we al een tijdje niet meer te maken. Dat betekent echter niet dat er minder criminelen rondvaren op de wereld, hoewel ze andere doelen hebben. Persoonlijk gun ik mensen die olie dumpen op zee of jacht maken op bedreigde vissoorten de term ‘piraat’ niet. Toch blijkt dat zich meer criminelen op het water bevinden dan dat ik aanvankelijk had verwacht. Ondanks de grote verscheidenheid aan delicten die gepleegd worden in het maritieme domein, is het vanuit de criminologie tot voorkort bijzonder stil gebleven omtrent dit fenomeen. Hebben we nu naast witteboordencriminaliteit en groene criminologie ook een blauwe kijk op de misdaad nodig?

Door: Thijs van der Sluijs

Een eerste stap is om te kijken wat nu precies valt onder een eventuele blauwe criminologie. Deze zou betrekking hebben op maritieme criminaliteit en maritieme veiligheid. Het probleem is echter dat voor maritieme veiligheid nog geen standaarddefinitie bestaat in de academische literatuur en de betekenis varieert afhankelijk van actoren, tijd en ruimte, milieu en plaats (Bellamy, 2020; Siebels, 2020). De reden voor het gebrek aan definitie komt waarschijnlijk door het gebrek aan interesse vanuit onder andere de criminologie. Een andere reden is de grote hoeveelheid aan delicten die de term maritieme criminaliteit moet beslaan. Eigenlijk moet alle criminaliteit die op het water plaatsvindt hieronder worden geschaard. Naast de meer voor de hand liggende misdrijven als piraterij, drugssmokkel en vervuiling, vallen onder maritieme criminaliteit  namelijk ook dingen als jacht op bedreigde diersoorten, maritiem (cyber)terrorisme en maritieme verzekeringsfraude. De definitie die in de praktijk wordt gebruikt is te vinden in de European Union Maritime Security Strategy (Council of the European Union, 2014). Hierin wordt maritieme veiligheid gedefinieerd als ‘de situatie in het maritieme domein, waarin internationaal en nationaal recht wordt gehandhaafd, de vrijheid van navigatie wordt gegarandeerd en burgers, infrastructuur, vervoer, het milieu en maritieme bronnen worden beschermd’.  

Eén van de grootste vormen van maritieme criminaliteit is Illegal, Unreported and Unregulated Fishing, of IUU-visserij (Bellamy, 2020; Huisman, Camphuysen, & Bijleveld, 2018). Onder deze brede term vallen onder andere overbevissing, illegale manieren van vissen en veel verschillende manieren van visfraude. Naast milieuschade, zoals het verdwijnen van de biodiversiteit, is er door de overbevissing en fraude ook een zeer grote financiële schade. Geschat wordt dat IUU-visserij jaarlijks goed is voor tussen de 10 en 23.5 miljard dollar schade, maar door meetproblemen kan dit bedrag nog veel hoger liggen (Siebels, 2020). Deze meetproblemen bestaan bijvoorbeeld uit het overboord gooien van bijvangst zodat deze niet geregistreerd hoeft te worden, corrupt personeel en gewoonweg het feit dat de zee gigantisch is en niet alles wordt opgemerkt (Huisman et al, 2018; Smith & Anderson, 2004).

De IUU-vissers zijn grofweg in twee categorieën te verdelen (Huisman et al, 2018). Ten eerste zijn er de criminele organisaties, die zich bezighouden met illegale visserij vanwege de hoge winsten die zijn te behalen in combinatie met de lage pakkans. De andere categorie is aanzienlijk groter en bestaat uit insiders van de visserij, die structureel controles ontduiken, frauderen en teveel vissen. Omdat de criminaliteit wordt gepleegd door leden van een normale organisatie tijdens legale bedrijfsactiviteiten, wordt ook wel van organisatiecriminaliteit gesproken. Het oogmerk van deze vorm is niet zozeer winstmaximalisatie, maar eerder verliesminimalisatie en kostenbeheersing. Vissers klagen namelijk over het feit dat de visquota te streng zijn en ze bijna niks verdienen.

“Visfraude kan zich voordoen in elke schakel vanaf de vangst, van fraude bij het aanlanden tot fraude bij de consumptie.” (Huisman et al., 2018, p. 209).

Een interessant probleem is dat in Somalië gewapende overvallen op schepen worden gebruikt om IUU-visserij tegen te gaan (Siebel, 2020).De piraterij is daar begonnen als verdedigingsmechanisme tegen illegaal vissen en het dumpen van giftig afval, maar is verder uitgegroeid tot een op zichzelf staand probleem. Het is dan raar om te zien dat Europa en Azië oorlogsschepen sturen om de piraterij tegen te gaan, terwijl het ze niet lukt om te voorkomen dat visbestanden worden geplunderd en afval wordt gedumpt. 

Moeten er dan ook volledig nieuwe theorieën worden ontwikkeld om maritieme criminaliteit te verklaren? Daar lijkt het niet op. Townsley en Oliveira (2013) laten bijvoorbeeld zien dat het denkproces van een piraat nagenoeg hetzelfde is als dat van daders van andere soorten criminaliteit. Clusters van activiteit in ruimte en tijd dragen bij aan het idee dat piraten worden beïnvloed en gemotiveerd door beschikbare bronnen en geschikte doelwitten. Vanuit de routine activiteiten theorie stellen ze dan ook voor om het toezicht te versterken aan de hand van guards en place managers. Kapiteins en crews kunnen dienen als guards, omdat die elkaar continu in de gaten kunnen houden. Marine patrouilles kunnen dienen als place managers door risicogebieden in de gaten te houden en met doelwitten mee te varen.

Ook Smith en Anderson (2004) passen de routine activiteiten theorie toe in hun artikel over soorten criminaliteit bij het Great Barrier Reef in Australië. Daders worden gemotiveerd door hoge opbrengsten en lage kans op vervolging, er zijn kansen genoeg door de aanwezigheid van unieke vissen en mineralen of mensen die gesmokkeld willen worden en toezicht op een dergelijk groot gebied is haast onmogelijk.

Nu de klassieke criminologische theorieën toepasbaar blijken te zijn op maritieme veiligheid, is het misschien overbodig om een volledige nieuwe tak hieraan te wijden. Toch zal eerst meer onderzoek moeten worden gedaan, voordat we op een goede manier de zee kunnen beveiligen. Voor de groene criminologie bestaat een groeiende belangstelling, maar de zee en haar bronnen zijn voorlopig nog onderbelicht. Waarschijnlijk is een hele nieuwe blauwe criminologie niet nodig, maar meer aandacht kan geen kwaad als we de criminaliteit van het water willen houden. 

 

 

 

LITERATUURLIJST

Bellamy, C. (2020). What are maritime crime and maritime security? International journal of maritime crime & security, 1(1), 13-25. Verkregen via http://www.ijmcs.co.uk/home.

Council of the European Union (2014). European Union maritime security strategy (Publicatie No. 11205/14). Verkregen via https://ec.europa.eu/maritimeaffairs/policy/maritime-security_en.

Huisman, W., Camphuysen, K., & Bijleveld, C. (2018). Naar een blauwe criminologie? Tijdschrift voor criminologie, 60(2), 199-213. Verkregen via https://www.bjutijdschriften.nl/.

Siebels, D. (2020). Pirates, smugglers and corrupt officials – maritime security in East and West Africa. International journal of maritime crime & security, 1(1), 34-49. Verkregen via http://www.ijmcs.co.uk/home.

Smith, R. G., & Anderson, K. (2004). Understanding non-compliance in the marine environment. Trends & issues in crime and criminal justice, 275, 1-6. Verkregen via http://www.aic.gov.au/.

Townsley, M. & Oliveira, A. (2013). Space-time dynamics of maritime piracy. Security journal, 28(3), 217-229. Verkregen via https://www.researchgate.net/publication/258839461_Space-Time_Dynamics_of_Maritime_Piracy.