Het gordeldier in de criminologie?

Misschien niet het eerste waar een criminoloog aan denkt, maar gordeldieren spelen een steeds grotere rol in de criminologie! Niet alleen het gordeldier: ook andere bedreigde diersoorten zoals de tijger, olifant, neushoorn en een groot aantal exotische vogels spelen een steeds grotere rol in de criminologie. Een vorm van criminaliteit die vaak over het hoofd wordt gezien door criminologen, juristen en beleidsmakers, maar een vorm die de laatste jaren steeds omvangrijker en impactvoller is geworden: transnational wildlife crime (Wilson-Wilde, 2010; UNODC, 2016). Deze vorm van milieucriminaliteit zal in dit artikel centraal staan. Want wat is transnational wildlife crime nu precies? Hoe gaan daders te werk? En belangrijker: welke rol speelt deze vorm van criminaliteit binnen de criminologie?

Door Joris van Deursen

Transnational wildlife crime (TWC) wordt gedefinieerd door Wilson-Wilde (2010) als de illegale handel in dieren en planten, wat kan resulteren in de uitputting van natuurlijke bronnen, uitsterving van soorten, invasies van ongedierte en de transmissies van ziekten. Voor deze criminaliteit bestaat echter geen internationale definitie (UNODC, 2016). Daarom is in 1963 de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES) opgericht, een internationale overeenkomst tussen overheden met als doel het verzekeren dat de internationale handel in dieren en planten niet zal leiden tot uitstervingen (CITES, z.d.; UNODC, 2016; Zimmerman, 2003). In de jaren ’60 waren deze ideeën relatief nieuw, maar de noodzaak voor deze overeenkomst was beslist niet nieuw: ook toen al werd de jaarlijkse waarde van de internationale handel in planten en dieren geschat op biljoenen dollars. Omdat dit een vorm van transnationale criminaliteit betrof, was een internationale overeenkomst vereist, gericht op samenwerking tussen overheden. Momenteel kent deze overeenkomst 183 partijen en 35.000 beschermde plant- en diersoorten (CITES, z.d.; Zimmerman, 2003).

Hiermee is TWC uitgeroepen tot de meest lucratieve vorm van criminaliteit

Inmiddels is TWC uitgegroeid tot de tweede grootste illegale handel in de wereld. De reden hiervoor is eenvoudig: de pakkans is laag en de winst is hoog (Wilson-Wilde, 2010; UNODC, 2016). Door de lage politieke bereidheid om op te treden tegen TWC, hebben handelaren in de afgelopen jaren een grote slag kunnen slaan. Een wereldwijd netwerk van stropers, verkopers, inkopers en facilitators is ontstaan met contacten in onder andere douane- en wetgevingsfuncties. Vaak zijn daders tevens geassocieerd met andere smokkelmisdrijven zoals het smokkelen van drugs en wapens, samenwerkend in grote georganiseerde groepen. Hierin wordt op professionele wijze te werk gegaan met een eigen jargon om communicatie te verbergen en sociale technologie zoals Skype (Wilson-Wilde, 2010). Doordat gebieden waar stropers te werk gaan moeilijk bereikbaar zijn voor politie en andere bestrijdingsorganisaties, kunnen deze criminelen vaak ongemerkt hun gang gaan (Wilson-Wilde, 2010). Andere redenen die verklaren waarom TWC zo groot is kunnen worden, liggen in de beperkingen van CITES. Zo kunnen de miljoenen soorten die niet in de CITES regulering genoemd worden, illegaal en internationaal verhandeld worden. Bovendien is CITES beperkt tot internationale handel, dus de praktijk van stropen (een nationaal misdrijf) valt hier niet onder (UNODC, 2016).

De vraag naar illegale wildlife producten blijft nog altijd hoog. Exotisch hout wordt gebruikt voor meubels en cosmetica, ivoor voor kunst en sieraden, krokodillen- en tijgerhuiden voor mode, gordeldieren en neushoorn-hoorns voor medicijnen, papegaaien en apen als huisdieren en zeeschildpadden en haaien als voedsel (UNODC, 2016). Hiermee is TWC uitgeroepen tot de meest lucratieve vorm van criminaliteit (Kurland & Pires, 2017).

rhino-3189178_1920

Verlies van wildlife is echter niet het enige schadelijke gevolg van TWC. Ook ondermijnt deze handel wetgeving, aangezien het vaak gepaard gaat met corruptie, witwassen en belastingontduiking. Bovendien kent TWC socio-economische gevolgen: de schade aan cultureel erfgoed en ontwrichting van lokale gemeenschappen. Tevens veroorzaakt TWC ernstige veiligheidsrisico’s, aangezien deze dodelijke business wordt gelinkt aan terroristische groeperingen (WJC, z.d.).

Om deze reden is de Wildlife Justice Commission (WJC) opgericht, een onafhankelijke non-profitorganisatie gestationeerd in Den Haag. Deze organisatie vormt de brug tussen inlichtingen en wetgeving op het gebied van TWC. In Afrika, Zuidoost-Azië en China worden regelmatig undercoveroperaties opgezet door het WJC, waarmee wordt getracht om criminele smokkelorganisaties op te rollen. Ook wordt intensief samengewerkt met lokale autoriteiten en veiligheidsorganisaties (WJC, z.d.).

In de afgelopen jaren is mondjesmaat getracht TWC een plaats te geven binnen de criminologie, bijvoorbeeld door  middel van de spatial pattern-theorie (Kurland & Pires, 2017). Onderzoek vanuit deze theorie toont aan dat de export van illegale wildlife producten uit een klein aantal landen afkomstig is en dat het zich concentreert op een klein aantal havens en toegangspunten. Zo concentreert bijna 80% van de wildlife-vangsten zich in 19% van de toegangspunten. Voor wildlife-vangsten in de V.S. bleek het merendeel van de producten geëxporteerd vanuit Mexico, China en Canada. Andere wildlife trade hotspots bleken India, Thailand, Vietnam en de Filipijnen (Kurland & Pires, 2017).

Concluderend, transnational wildlife crime is uitgeroepen tot de meest lucratieve vorm van criminaliteit in de wereld (Kurland & Pires, 2017). Daders werken veelal samen in grote georganiseerde netwerken die op professionele wijze handelen (Wilson-Wilde, 2010). Deze vorm van criminaliteit brengt tal van schadelijke gevolgen met zich mee voor de natuur, wetgeving, sociaaleconomische structuren en veiligheid (WJD, z.d.). Vanuit de criminologische spatial pattern-theorie wordt onderzoek gedaan, maar nog steeds blijft TWC onderbelicht binnen de criminologie (Kurland & Pires, 2017). Dringende actie is echter vereist, zeker gezien het feit dat in de afgelopen 40 jaar, 50% van de biodiversiteit van de wereld verloren is gegaan (WJC, z.d.).

Literatuur:
Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora [CITES]. (z.d.) What
is CITES? Geraadpleegd van https://cites.org/eng/disc/what.php
[Ivoorvangst]. (2015, 30 juli). Geraadpleegd van http://www.huntersafrica.nl/blog/trofee-jacht-de-reddende-paradox-huntersafrikas-statement-over-trofee-jacht
Kurland, J. & Pires, S.F. (2017). Assessing U.S. wildlife trafficking patterns: How criminology and  conservation science can guide strategies to reduce the illegal wildlife trade. Deviant Behavior, 38(4), 375-391.
Parker, E. (2016, 15 augustus). Stroperij in India [foto]. Geraadpleegd van  https://www.wnf.nl/nieuws/bericht/stroperij-in-india-237-dieren-in-3-jaar-tijd-gestroopt.htm
United Nations Office on Drugs and Crime [UNODC]. (2016). World Wildlife Crime Report: Trafficking  in protected species. Geraadpleegd van https://www.unodc.org/documents/data-and-analysis/wildlife/World_Wildlife_Crime_Report_2016_final.pdf
Wilson-Wilde, L. (2010). Wildlife crime: A global crime. Forensic Science, Medicine, and Pathology, 6(3), 221-222.
Wildlife Justice Commission [WJC]. (z.d.). How we work. Geraadpleegd van  https://wildlifejustice.org/how-we-work/
Zimmerman, M.E. (2003). The black market for wildlife: Combating transnational organized crime in  the illegal wildlife trade. Vanderbilt Journal of Transnational Law, 36, 1657-1689.

You may also like...

×