New Criminals, het lustrumthema. En waarom het goed is om daar even aandacht aan te besteden…

Dinsdag 18 oktober was het traditionele openingsfeest van C.I.A. in café Ferry. Mede door een prima opkomst was het een geslaagd feest. Een belangrijke aankondiging tijdens het feest was de bekendmaking van het thema van de lustrumweek. Voor de mensen die er niet waren of mensen die er wel waren maar om de een of andere reden het niet meer wisten, het lustrumthema is New Criminals. Het logo wat hierbij hoort en ook al te zien was op Instagram is het masker van Anonymous, de hackersgroep.

Door Joost Vergeer

Bij de gedachte aan ‘new criminals’ gaat het vaak over cybercriminelen. Cybercriminelen zijn criminelen die criminaliteit plegen met behulp van computers en internet. Er zijn twee manieren om cybercriminaliteit te definiëren. Cybercriminaliteit in brede zin: De computer is onderdeel van het plegen van de misdaad. Vaak is dit ‘gewone’ criminaliteit maar dan gepleegd met een computer zoals fraude. Cybercriminaliteit in enge zin is als de misdaad zonder gebruik van de computer of het internet niet gepleegd kan worden. Een voorbeeld hiervan is inbreken in een computernetwerk en vernielen van elektronische gegevens. Dit verschil in definitie speelt ook een rol bij de toepasbaarheid van de traditionele criminologische theorieën op cybercrime, maar daarover later meer.

Waarom is aandacht van ons criminologen in spe voor cybercriminaliteit zo belangrijk? Het internet is niet veel ouder dan onze vereniging, die dit jaar dus 15 jaar bestaat. Dat is vrij jong, maar het is ook niet meer voor te stellen, zeker voor onze generatie, om te leven zonder internet. Onze geldzaken, inschrijvingen bij instanties en sociale leven spelen deels of zelfs grotendeels af op het internet. Inbreuk hierop door cybercrime kan grote impact hebben op het leven van vele mensen. Dus is het belangrijk om te weten wie die cybercriminelen nou precies zijn: verschillen zij qua samenstelling met mensen die traditionele criminaliteit plegen. Daarnaast, hoe pak je cybercriminelen aan?

Er zijn verschillen tussen traditionele criminaliteit en cybercriminaliteit. Bij cybercriminaliteit geldt niet dat je op dezelfde tijd op dezelfde plek moet zijn als dader en slachtoffer. De hacker kan bijvoorbeeld in India zitten. Je staat in cyberspace met veel meer mensen tegelijk in contact. Je kan online makkelijker je anoniem bewegen of een andere identiteit aannemen. Een fenomeen als bijvoorbeeld et Tor-netwerk zorgt ervoor dat een signaal van de computer wordt omgeleid via een groot aantal computers zodat het lastig is om te bepalen wie nu uiteindelijk de bron van het signaal is. Er zijn dus een aantal belangrijke verschillen tussen traditionele criminaliteit en cybercrime. Wat zijn de gevolgen daarvan op de toepasbaarheid van bestaande criminologische theorieën?

Over de toepasbaarheid van de traditionele criminologische theorieën op cybercrime verschillen de meningen. Er zijn criminologen die zeggen dat de theorieën ook in de virtuele wereld bruikbaar zijn, anderen zeggen dat de theorieën aangepast moeten worden voordat ze bruikbaar zijn. Dit heeft te maken met hoe men cybercrime ziet: ziet men cyberspace als een hele aparte wereld met nieuwe structuren of ziet men het meer als traditionele criminaliteit gepleegd met nieuwe tools?

Kunnen we bijvoorbeeld de routine-activiteitentheorie ook toepassen op cybercrime? Bij de routine-activiteitentheorie zijn er drie elementen van belang: een gemotiveerde dader, geschikte doelwitten en aanwezigheid van bescherming. Yar (2005) zegt hierover dat er bij het element een gemotiveerde dader geen verschillen zijn tussen cybercrime en traditionele criminaliteit. Bij het element geschikte doelwitten is bij cybercrime wat het oplevert ook heel belangrijk, maar zijn dingen als zichtbaarheid, moeite die je ervoor moet doen en toegang anders georganiseerd. Ook het element aanwezigheid van bescherming is bij cybercriminaliteit belangrijk. Tot nu toe lijkt de routine-activiteitentheorie alleen wat aanpassingen nodig te hebben om toegepast te kunnen worden op cybercrime. Maar een voorwaarde voor de routine-activiteitentheorie is organisatie van tijd en ruimte die je in de ‘echte’ wereld wel hebt, maar in de cyberwereld niet. De paden van potentiële daders en slachtoffers moeten elkaar kruizen op een bepaald tijdstip, open bepaalde plaats. In cyberspace is tijd en ruimte niet georganiseerd. Mensen hoeven niet op dezelfde tijd online te zijn om toch slachtoffer te worden van cybercrime en alles is in principe één muisklik van elkaar verwijderd. Dit is een reden waarom traditionele theorieën gelimiteerd bruikbaar kunnen zijn bij cybercrime: ze gaan uit van een vanzelfsprekende organisatie in tijd en ruimte (Yar, 2005).

Ik heb geprobeerd een inleiding te geven in het lustrumthema ‘New criminals’ door in het kort het belang van cybercrime voor ons, nieuwe criminologen, aan te geven. Dit heb ik gedaan door een aantal verschillen aan te geven tussen cybercrime en traditionele criminaliteit en een visie op de toepasbaarheid van criminologische theorieën op cybercrime te geven. In de lustrumweek zullen hier vast een aantal interessante colleges over volgen waar ik met dit stuk hoop uw nieuwsgierigheid voor gewekt te hebben. De lustrumweek vindt plaats van 8 tot en met 12 mei, komt dat zien!

 

Bronnen:

Yar, Majid (2005) The Novelty of Cyber Crime: An Assessment in Light of Routine Activity Theory, European Journal of Criminology 2 (4): 407-427.

https://www.techopedia.com/definition/2387/cybercrime