‘Lieve’ stewards in Zuid-Afrika

‘Let op, zakkenrollers actief!’ is een veelvoorkomende waarschuwing op toeristische plaatsen. Niet alleen in Nederland worden toeristen tips gegeven om slachtofferschap van criminaliteit te voorkomen, over heel de wereld is dit het geval. Van Thailand tot Frankrijk: elk land heeft zo haar eigenaardigheden op het gebied van toeristencriminaliteit. Je kent het wel: houd altijd je belangrijkste bezittingen op je lichaam, let op je bagage, stop nooit langs de weg, trap niet in praatjes van bedelaars… Op vakantie ben je altijd op je hoede, want je hebt belangrijke spullen meegenomen zoals een mooie camera, je paspoort en je smartphone en je wil gewoon een fantastische tijd beleven.

Door Isabel de Graaf

Als naïeve 19-jarige (na 19 jaar geef ik eindelijk toe dat ik inderdaad naïef ben), ben ik deze zomer naar Zuid-Afrika geweest. De reis begon veelbelovend, totdat ik door de douane moest op Schiphol. Ik moest gefouilleerd worden en de douanier vroeg erg expliciet of ze in mijn bagage mocht kijken. “Heb je zelf je tas gepakt?” vroeg ze mij. “Shit,” was het enige wat ik dacht. Iemand had natuurlijk verdovende middelen (of iets dergelijks) in mijn rugzak gedaan! Achteraf bleek dat ik gewoon zelf een flesje water had ingepakt en dat dus compleet vergeten was (hoe dom kan je zijn?!). Maar alsnog, daar begon de vakantiestress.

Daar sta je dan op een verlaten vliegveld met twee mannen die geld willen zien.

Wat mij het meest opviel in Zuid-Afrika waren de mensen in de oranje hesjes. Zij wilden je koffers dragen, helpen met inchecken, de weg wijzen…. Ook al zei je dat je het niet wilde, gristen ze alsnog je koffer uit je handen (erg hinderlijk, want je moet hen daarvoor geld geven). Aangezien ik alleen was, was ik easy prey. Midden in de nacht had ik een overstap met ‘Mango Airlines’ en het duurde even voordat ik had gevonden waar ik mijn boardingpass kon halen. Gelukkig waren er twee ‘lieve’ stewards, die mij best wilden helpen. Dertig seconden tikken op een scherm en mijn boardingpass rolde eruit. ‘Super chill!’ dacht ik. Zij dachten er anders over: ‘I guess it’s not my lucky day today,’ zei een van de stewards toen ik wegliep. Ik moest hem natuurlijk geld geven. Helaas had ik geen kleingeld en ik zou die vent echt geen 200R geven.
Daar sta je dan op een verlaten vliegveld met twee mannen die geld willen zien. Uiteindelijk gaf ik hen wat euro’s (dat had ik nog wel) en maakte dat ik weg kon.

Na die aanvaring vond ik het even helemaal niet leuk in Zuid-Afrika. Toen besefte ik mij echter wel dat het overal zo is. In Frankrijk werd een telefoon van een kennis gerold in de metro, in Rome kwamen bedelaars die ondertussen probeerden mijn tas mee te nemen, de straatverkopers in Londen die je niet met rust laten. Of gewoon in Rotterdam, waar mij regelmatig een pilletje opgedrongen wordt.

De gedachte dat er in elk land (vakantieland of niet) zoiets kan gebeuren, maakte mij wat rustiger. Het is goed dat toeristen gewaarschuwd worden voor dergelijke praktijken, alleen moet het niet de vakantie beïnvloeden. Zelf had ik mijn angsten ook wat laten varen toen ik eenmaal op plaats van bestemming was aangekomen. Misschien wel iets te veel.
Zo belandde ik later die week in de persoonlijke auto van een taxichauffeur, die voor de vorm ook even zijn rijbewijs vergeten was, terwijl we met 160 kilometer per uur over de snelweg raceten. En dat allemaal zonder gordel, luisterend naar Zuid-Afrikaanse rap. Een gewaarschuwd mens telt misschien wel voor twee, maar dan toch kan een risicootje hier en daar geen kwaad.