“Veel buurtbewoners hebben geen idee van het bestaan van de Crips”

Robby Roks, alleen zijn naam al spreekt tot de verbeelding, is onderzoeker aan de Erasmus Universiteit. Drie jaar lang heeft hij etnografisch onderzoek gedaan voor zijn promotieonderzoek bij een Haagse variant op de Amerikaanse bende de Crips. Hoe was dat?

Door Marko de Haan

De campus van de Erasmus Universiteit is al jarenlang een bouwput. Vandaar dat de Erasmus School of Law verspreid is over verschillende gebouwen op het terrein. De criminologen zijn in ballingschap ondergebracht bij het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg. “Ik heb best een mooi kantoor! Het uitzicht op het stadion van Excelsior is minder, ik had liever op de Maas uitgekeken, maar verder ben ik tevreden” grapt Roks. De muren zijn kaal, behalve pal boven zijn bureaustoel, daar hangt een tekening van zijn dochter.

Wanneer studenten, vers van de middelbare school, voor het eerst hun docent Robby Roks zien, hoor je ze denken: “Dat is niet wat ik me voorstelde bij een universitair docent.” Veelal draagt hij sneakers en een skatersblousje, met zijn haar in een goed gestyled kapsel. In zijn stem zijn, na jaren etnografisch onderzoek en zijn voorliefde voor hiphop, de invloeden van de straat licht te horen.

Hij vindt zichzelf daarentegen niet heel anders dan de andere docenten criminologie. “Ik zal inderdaad nooit in een pak verschijnen, dat past gewoon niet bij mij. Je moet jezelf blijven en misschien moet je als criminoloog of etnografisch onderzoeker wel een beetje anders zijn dan de mainstream onderzoeker. Je onderzoeksobject is immers criminaliteit en je begeeft je in de omgeving van mensen die niet zo doorsnee zijn.”

‘Straight Outta Compton’

Roks deed onderzoek naar de Crips. Hij vertelt: “Dat is een beruchte bende, ze komen van oorsprong uit Los Angeles. Sinds 1969 zijn daar allerlei ‘gang’-achtige groepen ontstaan met ieder een eigen stijl, identiteit en slang (taalgebruik, red.).” Uit een aantal conflicten zijn de Bloods ontstaan. “Die waren dan zogenaamd de gezworen tegenhanger van de Crips, want je moet natuurlijk wel een vijand hebben, wil je er toe doen als bende.”

“Eigenlijk door hiphopmuziek, om precies te zijn het album ‘Straight Outta Compton’, is de manier van leven van de bendeleden wereldwijd bekend geworden. Jongeren zagen de beelden van de Crips en zijn dat gaan nadoen.” Ook Haagse jongens hebben zich laten inspireren door de stereotiepe beelden uit de hiphop.

“Deze Haagse jongens vormden samen hun versie van de Crips die ze de Rollin 200 Crips noemden. Hun groep voldoet veel meer aan het stereotiepe beeld wat er is van de Crips uit LA. Bovendien zijn ze extremer in uitingsvorm dan hun inspiratiebron.” Dit komt doordat ze vooral de beelden uit de media en de hiphop zijn gaan overnemen. Dat is hoe de Crips in LA zich presenteren, maar zo extreem zijn ze niet in werkelijkheid.

Keylow

Wanneer Roks bezig is met zijn bachelor criminologie raakt ook hij gefascineerd door de Crips dankzij een boek over de Haagse Rollin 200 Crips en zijn voorliefde voor hiphop. “Wat is fictie en wat is non-fictie bij wat er over ze geschreven wordt?” vraagt hij zich af. Voor een opdracht neemt hij contact op met de baas van de bende uit Den Haag, Keylow, en tot zijn verbazing vindt Keylow het prima om geïnterviewd te worden. Ook de masterscriptie van Roks gaat over het leven van Keylow. Later komt het idee op om voor promotieonderzoek de Rollin 200 Crips als onderzoeksobject te gebruiken.

Door in weer en wind te hangen op de straten van Den Haag wint Roks het vertrouwen van de bendeleden. Omslagpunt is het moment dat hij een keer ergens mee naar binnen mag met Keylow. “Ik moest naar boven komen in een schimmige woning. Daar zag ik een weegschaal staan met een wit goedje in dik plastic. Cocaïne. Ik wist even niet wat te doen, maar heb uiteindelijk niet ingegrepen. Dat bleek een goede keuze, want sindsdien ben ik veel meer in vertrouwen genomen door de jongens.” Wel maakt hij duidelijke afspraken met ze, van fysiek geweld wil hij nooit getuige zijn.

‘h200d’

Centraal in het onderzoek staat onder andere hoe de groep zich verhoudt tot de buurt. “Voor hen is hun ‘h200d’ (200 verwijst hierbij naar hun gangnaam en buurt, red.) heel belangrijk. Het draait om territoriumafbakening. Maar hoe kijkt de buurt die ze als hun ‘h200d’ zien hiernaar?”

Opvallend is dat veel bewoners in de ‘h200d’ van de Crips geen idee hebben van de aanwezigheid van de jongens. “Wanneer ik de bewoners in de buurt sprak, relativeerden mensen de ernst van de groep en veel wisten niet eens van het bestaan ervan.” De Crips hebben het gevoel dat de buurt van hen is, maar in de werkelijkheid ligt dat genuanceerder.

Bang voor negatieve reacties op zijn onderzoek vanuit de Crips is Roks niet. “Ik deconstrueer het prachtige beeld wat er van de Rollin 200 Crips is wel, maar ik denk niet dat ze er boos om worden.” Roks zegt telkens goed te hebben gereflecteerd op het empirisch materiaal wat hij verzamelde. Ook hield hij tijdens het schrijven rekening met de respondenten. “Ik heb het zo opgeschreven dat het zo min mogelijk negatieve consequenties voor ze heeft.” Bovendien weten de bendeleden al wel hoe hij over ze denkt. “Daar heb ik het gedurende het etnografisch onderzoek al wel met ze over gehad.”

Op 18 maart zal Roks zijn proefschrift verdedigen. Bescheiden zegt hij: “Ik heb niet de illusie dat ik het cum laude af ga sluiten, maar ik vond het onderzoek doen het leukste wat er is.” Snel voegt hij er aan toe: “Op de geboorte van mijn dochter na dan.”

You may also like...

×