Vrijheid via bezuinigingen

Beleidsachtergrond
De Dienst Justitiële Instellingen (die zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen) moet fors bezuinigen. In totaal 340 miljoen euro in 2018, op een begroting van circa 2 miljard euro (DJI, 2013). Een deel van deze bezuinigingen zal volgen uit een meer sober regime en het beperken van de capaciteit. Daarnaast zijn de inrichtingen ook op zoek naar creatievere oplossingen, waarbij de gedetineerden meer eigen verantwoordelijkheid krijgen (Brief Teeven, 2011). Hierom is in PI Heerhugowaard de Pilot Afdeling E1 ingesteld.

Uitleg Afdeling
Op deze Afdeling E1 wonen acht gedetineerden bij elkaar zonder direct toezicht van personeel. De gedetineerden zijn zelf verantwoordelijk voor de boodschappen, koken en schoonmaken. Hiervoor krijgen zij een budget, in plaats van vaste maaltijden (de ‘zwarte bakken’) zoals op andere afdelingen. Ook hebben zij extra privileges, zoals een kortere insluiting in de avond. Voor het dagprogramma sluiten zij aan bij andere afdelingen (WODC, 2015, p. 23).
Het personeel zorgt ervoor dat de gedetineerden aan het begin en einde van iedere dag worden in- en uitgesloten, komt vier keer per dag langs op de afdeling en doet cel- en urinecontroles. Verder is het personeel niet aanwezig op de afdeling. Bij de vier kijkmomenten komt er slechts één personeelslid langs. Dit gaat in tegen het verdere beleid van PI’s, waarbij personeel altijd minimaal met zijn tweeën is, om hun veiligheid te vergroten. Vanwege de aard van Afdeling E1 is besloten dat een personeelslid hiervoor voldoende is.
Een van de gedetineerden vertelt dat het langskomen in aard is veranderd van koppen tellen, naar het houden van “een praatje om te vragen of alles goed gaat” (WODC, 2015, p. 33). Vanwege de relatief grote vrijheid op deze afdeling kunnen andere gedetineerden er niet komen. De deelnemende gedetineerden zijn geselecteerd op basis van hun hoge zelfredzaamheid, coöperatief gedrag en een langere strafduur.

Dit allemaal met een besparing die wordt geschat op 125 duizend euro per jaar.

Positieve geluiden
In het rapport over de pilot komen veel positieve geluiden naar voren. De betrokken medewerkers en gedetineerden zien de zelfredzaamheid van de gedetineerden toenemen. De gedetineerden stellen zich minder afhankelijk op bij problemen, maar lossen deze onderling op. Dit zijn belangrijke vaardigheden bij de terugkomst in de maatschappij. Daarnaast geven de gedetineerden aan dat de sfeer op de afdeling beter is dan die op andere afdelingen. Deels komt dat door de groepssamenstelling:

Je hebt je normen en je waarden. Je zult geen ruzie met elkaar hebben. We zijn allemaal volwassen, geen 18 meer. Dat kun je niet vergelijken met jongens op de andere afdeling” (WODC, 2015, p. 61).

Het is geen familie, maar ik voel me hier niet anders dan buiten. Je hoeft niet steeds achterom te kijken, dat is op andere afdelingen wel” (WODC, 2015, p. 61).

Een ander element dat wordt genoemd om de verbetering in de sfeer te verklaren is dat de gedetineerden zich meer serieus genomen voelen en minder gecontroleerd. “Minder toezicht en meer vrijheid om je dag in te delen geeft een gevoel van rust. Je wordt niet de hele dag gecontroleerd en achter na gezeten [sic]” (WODC, 2015, p. 32). Er hebben zich dan ook geen (heftige) incidenten voorgedaan op de afdeling.
Al met al leidt dit er toe dat het betrokken personeel en de gedetineerden zich (veelal) veiliger zijn gaan voelen op deze afdeling en dat de gedetineerden belangrijke vaardigheden ontwikkelen en (in de ogen van het personeel) proberen om er iets van te maken binnen de gevangenis. Dit allemaal met een besparing die wordt geschat op 125 duizend euro per jaar (WODC, 2015, p. 68). Een hele prestatie.

Dit heeft geleid tot een scheef strafbeleid: zichtbare overtredingen werden bijzonder hard bestraft, terwijl andere zaken eerder werden gesust.

Negatieve geluiden
Toch zijn er ook nadelen binnen dit programma. Zo is het programma zeer kleinschalig opgezet (slechts acht gedetineerden) en is het te betwijfelen in hoeverre dit vergroot kan worden. Er wordt immers veel gevraagd van de gedetineerden op Afdeling E1 en dat is niet voor iedere gevangene weggelegd. Ten tweede moeten de gedetineerden langgestraft zijn, waardoor dit beleid voor veel gevangenen niet open staat. Als laatste moet het personeel het beleid steunen en nu de besparing voortkomt uit een lager aantal werkuren op het gebied van toezicht, staan er banen op de tocht. Een bredere uitvoering van dit beleid kan dan ook tot onvrede bij het personeel leiden.
Een andere reden waarom het beleid tot onvrede bij het personeel kan leiden is dat niet iedereen van mening is dat de veiligheid verbeterd is. Vooral alleen zijn met gedetineerden is nieuw voor de medewerkers. Zo geeft één personeelslid aan: “Het idee van een mogelijke gijzeling speelt nog steeds door mijn hoofd, maar het gaat al lange tijd goed dus dat stelt wel een beetje gerust” (WODC, 2015, p. 64).
Ook personeel dat niet betrokken is bij het project heeft kritiek. Zo zien zij in veel mindere mate een groei in de zelfredzaamheid van de gedetineerden. Verder stellen zij dat het project een paradepaardje is en daarom niet mocht falen. Dit heeft geleid tot een scheef strafbeleid: zichtbare overtredingen werden bijzonder hard bestraft, terwijl andere zaken eerder werden gesust. Dit personeelslid wijst hierbij op de situatie dat bij een bezoeker voor een van de gedetineerden drugs zijn aangetroffen, waarna de gedetineerde uit de afdeling is gezet (WODC, 2015, p. 60).

Conclusie
In de uiteindelijke afweging van deze voor- en nadelen valt te stellen dat deze pilot een aantal mooie effecten heeft gehad. Er zijn kostenbesparingen gemaakt, terwijl gevangenen meer vrijheid is gegeven, meer zelfredzaamheid wordt aangeleerd, waarbij de veiligheidssituatie op zijn minst gelijk lijkt te zijn gebleven. De belangrijkste vraagtekens zet ik alleen bij het formaat van deze verbeteringen. De geselecteerde delinquenten waren al zeer zelfstandig, waardoor op dat vlak weinig groei mogelijk is. En 125 duizend euro aan kostenbesparing is natuurlijk mooi, maar uiteindelijk maar 0.03% (1/3000ste) van de te behalen besparingen.
Toch wil ik eindigen door hieruit een opbeurende les te leren over bezuinigingen. Met voldoende durf en creativiteit kunnen deze namelijk gebruikt worden om beleid te vernieuwen en te verbeteren. Verbeteringen die anders wellicht niet doorgevoerd zouden worden.

Literatuurlijst

– Brief Teeven (2011). Programma Modernisering Gevangeniswezen. 2011-06-14.

– Dienst Justitiële Instellingen (2013). Masterplan DJI 2013-2018. Den Haag: DJI

– Jong, B.J. de, Willems, P.J.H. & Burik, A.E. van (2015). Evaluatie pilots zelfredzaamheid gedetineerden. Woerden: VanMontfoort / Den Haag: WODC.

You may also like...

×