Slachtoffers in de hoofdrol; een gewenste ontwikkeling?

door: Annemiek Luimes

22 februari is het de Europese Dag van het Slachtoffer. Ieder jaar wordt er op deze dag extra 
aandacht besteed aan slachtoffers in het algemeen en een thema in het bijzonder. Zo werd er vorig jaar bijvoorbeeld stilgestaan bij slachtoffers van seksueel geweld en misbruik. Deze dag is een voorbeeld van hoe het slachtoffer een steeds prominentere rol krijgt in de Nederlandse samenleving. Ook in juridische zin is er veel veranderd voor slachtoffers. Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven vertelde gisteren op de Erasmus Universiteit over deze ontwikkelingen en de toekomst die hij voor ogen heeft voor de rol van het slachtoffer in het strafproces.

Het Openbaar Ministerie heeft een vervolgmonopolie. Een belangrijke functie van het strafrecht is daarmee het voorkomen van eigenrichting. Daarnaast zijn vergelding en het vertrouwen van de rechtstaat van belang. Met name de laatst genoemde functies zijn relevant voor het slachtoffer. Vergelding biedt gekanaliseerde wraak voor het delict en krachtig optreden van de Staat versterkt het vertrouwen van het slachtoffer, en daarmee de samenleving, in de overheid.

De rechten van verdachten zijn al eerder gewaarborgd in het strafprocesrecht, maar pas de afgelopen tien jaar is er meer aandacht gekomen voor de rechten van het slachtoffer.
In 2005 is het spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden ingevoerd. Hiermee wordt slachtoffers en nabestaanden de gelegenheid geboden te vertellen over het leed dat hen is aangedaan. Het spreekrecht zou een bijdrage leveren aan het herstel van emotionele schade door middel van erkenning. Daarnaast is in 2011 de Wet versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces in werking getreden. Door deze wet is het slachtoffer een zelfstandige procesdeelnemer geworden in het strafrecht. Ook zijn de rechten van het slachtoffer uitgebreid en is de mogelijkheid om schade te verhalen verbeterd. Slachtoffers kunnen bijvoorbeeld een voorschot krijgen op schadevergoeding die ze dienen te ontvangen van de dader.

Wat Teeven betreft is het slachtoffer nog niet uitgeëmancipeerd. Er zijn nog een aantal hervormingen op komst, waarvan de uitbreiding van het spreekrecht het speerpunt is. Met de uitbreiding van het spreekrecht zouden slachtoffers de mogelijkheid krijgen zich uit te spreken over de strafeis. Daarnaast wordt getracht de positie van het slachtoffer op financieel vlak te verbeteren door daders een vast bedrag in te laten leggen in een schadefonds. Deze ontwikkelingen zouden leiden tot een betere positie van het slachtoffer in het strafprocesrecht.

De aanstaande hervormingen stuiten op veel kritiek. Is de uitbreiding van de rol van het slachtoffer wel een gewenste ontwikkeling en bereiken zij het beoogde doel?

Tot nu toe mag een slachtoffer als gezegd zich tijdens het strafproces enkel uitlaten over het leed dat hem is aangedaan, ter bevordering van zijn verwerkingsproces. Met de uitbreiding van het spreekrecht dat Teeven voor ogen heeft, verandert de rol van het slachtoffer ingrijpend. Het spreekrecht staat dan niet alleen maar in het teken van het verwerkingsproces; het slachtoffer gaat zich inhoudelijk bemoeien met het strafproces. Volgens veel juristen is dit een ongewenste ontwikkeling, want hiermee zou de onafhankelijkheid van de rechter aangetast kunnen worden.
Een ander veelgehoord kritiekpunt is dat de verdachte door de uitbreiding van het spreekrecht voor het oordeel van de rechter al als dader zou worden aangemerkt. Dit is in strijd met de gedachte dat de verdachte onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is.

Ten slotte zou door de uitbreiding van het spreekrecht de kans op secundaire victimisatie kunnen toenemen. Het slachtoffer denkt dat hij invloed heeft op de strafeis, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval is. De door de rechter opgelegde straf kan lager uitvallen dan het slachtoffer had gehoopt, waardoor hij zich opnieuw slachtoffer voelt. Dit kan ook bijdragen aan maatschappelijke onrust. Rechters zullen over het algemeen lager straffen dan mensen willen, wat leidt tot een vertekend beeld van de strafrechtspraktijk.

Teeven stelt dat deze problemen te voorkomen zijn door verwachtingen te managen. Zolang het slachtoffer op de hoogte is van het feit dat zijn strafwens geen invloed heeft op de werkelijke straf, kan het niet misgaan. Overtuigd of niet, de toekomst zal het leren.